Klik in de afbeelding hierboven op een (sub)service voor meer informatie.
Wanneer u de omvang van een software project of van een systeem wilt weten voor het schatten van een ICT project in tijd en geld, dan hebben we daarvoor een aantal technieken.
Deze zijn:
De eerste drie zijn bedoeld om functionele omvang van software te bepalen.
FPA en Cosmic zijn bedoeld om te worden gebruikt als gebruikersfunctionaliteit zal worden of is toegevoegd, gewijzigd of verwijderd en documentatie op het niveau van Functioneel Ontwerp beschikbaar is. Deze hebben beide een ISO-certificaat:
Nesma FPA is ISO/IEC 24570 en Cosmic is ISO/IEC 19761. Met deze technieken worden functies geïdentificeerd en gewogen om te komen tot een functionele omvang. FPA levert functiepunten (FP) als eenheid, terwijl Cosmic Cosmic functiepunten (CFP) levert. Wat wordt gemeten door deze twee technieken en hoe dat gebeurt is zodanig verschillend, dat FP's en CFP's niet naar elkaar kunnen worden geconverteerd.
FPAi is bedoeld als documentatie op een hoger niveau, requirements, beschikbaar is. Met deze techniek worden aantallen functies per requirement geschat. Meestal doen we dat in een workshop waaraan experts van de klant deelnemen. Deze aantallen functies worden omgerekend om te komen tot een functionele omvang. FPAi levert functiepunten (FP) als eenheid. De onzekerheid over deze omvang is groter dan bij FPA.
De functionaliteit waarvan met deze technieken de omvang is bepaald, zal worden gerealiseerd door het gebruik van direct beschikbare standaardfunctionaliteit, het configureren hiervan waardoor die licht wordt aangepast, of maken of aanpassen van maatwerk. Deze indeling is met name van belang als functionaliteit ter beschikking wordt gesteld via het gebruik van pakketten zoals SAP en Siebel.
IPA is bedoeld om de omvang te bepalen van de nieuwe of aangepaste technische infrastructuur die nodig is om gebruikersfunctionaliteit te kunnen (blijven) gebruiken. Dit gaat dus niet over de "content" of gebruikersfunctionaliteit zelf! Een Infra-telling levert IP's (installation points) als eenheid. De technische infrastructuur bestaat bijvoorbeeld uit servers, werkplekken, bekabeling, besturingssystemen, databases enzovoorts.
In projecten kunnen meerder omvangseenheden tegelijk voorkomen. Wij noemen dit "hybride projecten". Alle omvangseenheden kunnen worden herleid naar een "primitieve basiseenheid". De aantallen hiervan kunnen worden opgeteld zodat de omvang van een hybride project kan worden bepaald. Wij gebruiken als primitieve basiseenheid de SLOC (source line of code). Voordat een omvangseenheid gebruikt kan worden in een projectschatting, moet daarvan de "gearing factor", het vergelijkbaar aantal SLOC's horend bij 1 [omvangseenheid], worden bepaald. Dat is calibratie.Voor dit calibratieproces gebruiken wij de QSM SliM Toolset.